
De eerste plaats van de Orange Lions Mannen U18 is de eerste winst op een jeugd-EK sinds de Vrouwen U20 in 2024 hun titel pakten. Er valt genoeg te leren van wat er zo goed ging tijdens hun EuroBasket, en dus belde Basketball.nl uitgebreid met coach Tim Fanning. Die praat over mentaliteit en veerkracht én heeft bovendien een afscheidswoordje voor zijn spelers.
Jullie straalden vanaf het begin veel vertrouwen uit. Waar kwam dat vandaan?
“Als competitieve sporter ga je een toernooi in met het idee dat je het kunt winnen. Ik zou verbaasd zijn geweest als de jongens iets anders hadden gezegd. Die overtuiging hoort erbij — en deze groep heeft die uiteindelijk ook waargemaakt.”
Het leek ook alsof deze groep al veel langer samenspeelde. De jongens zeiden dat ook. Voelde dat voor jou ook zo?
“Absoluut. De selectie was heel goed in balans, met spelers die terugkeerden en nieuwe jongens die zowel basketbaltechnisch als persoonlijk goed in de groep pasten. Daardoor konden we vrij snel een duidelijke identiteit en speelstijl ontwikkelen.”
Was de breedte van de selectie daarbij belangrijk?
“Enorm. Ik hoefde op geen enkele positie volledig afhankelijk te zijn van één speler. Daardoor konden we van iedereen dezelfde intensiteit en manier van spelen eisen, zonder dat de kwaliteit meteen wegviel wanneer we wisselden.”

Bijna iedere wedstrijd stond er weer iemand anders op. Was dat bewust?
“Mijn uitgangspunt is dat het me niet interesseert wie de punten maakt. Ik wil vijf spelers op het veld die voluit verdedigen en de juiste keuzes maken. Als een tegenstander jouw beste scorer uit de wedstrijd probeert te halen, moet iemand anders daar juist van profiteren.”
Dus scoren was eigenlijk nooit het uitgangspunt?
“Nee. Ik heb vaak tegen de jongens gezegd: als je denkt dat je móét scoren om ons te helpen winnen, dan denk je verkeerd. Speel goed samen, verdedig met volledige inzet en vertrouw erop dat de punten daar uiteindelijk uit voortkomen.”
Teun van der Heijden had in een eerste kwart 9 punten, terwijl hij niet per se de ‘go to guy’ was. Is dat een goed voorbeeld?
“Ja. Maar ook Skye. Die had in de finale niet zijn beste aanvallende game, maar gaf echt een geweldige pass op Yanu voor het belangrijkste drie van de wedstrijd. Dat tekent deze ploeg.
Wat maakte deze ploeg uiteindelijk beter dan de andere toplanden in de B-divisie?
“Veerkracht. Nederland heeft talent, daar bestaat geen twijfel over, maar dat hebben andere landen ook. Na vorig jaar vond ik dat we beter moesten worden in terugvechten wanneer een tegenstander ons raakte — en precies dat hebben deze jongens tijdens dit toernooi laten zien.”
Wanneer zag je die veerkracht het duidelijkst terug?
“Georgia stond bij rust voor, Tsjechië speelde een uitstekende eerste helft tegen ons en Polen had lange tijd controle over de finale. Toch raakten we niet in paniek. Iedere keer vonden we als team een manier om terug te slaan.”
Kun je zo’n mentaliteit als coach ontwikkelen bij je team?
“Voor een deel zit het al in spelers, maar je kunt het absoluut stimuleren. Jonge spelers denken op belangrijke momenten vaak: nu moet ík scoren. Wij wilden juist dat ze leerden dat je op zulke momenten samen moet blijven spelen, de juiste keuzes moet maken en tegenslag moet kunnen beantwoorden.”

Hoe train je veerkracht?
“Je kunt daar eigenlijk alleen aan werken wanneer iets níét goed gaat. Als een training slecht loopt of een ploeg wordt weggespeeld, ontstaat het moment waarop je kunt kiezen hoe je reageert. Als coach moet je zulke momenten herkennen en benoemen.”
Dus je creëert die moeilijke situaties bewust?
“Meestal niet, want ze ontstaan vanzelf. Als één team tijdens een training domineert, heeft het andere team automatisch met tegenslag te maken. Dan kun je een training 20 seconden stilleggen en vragen: ga je harder werken en samen blijven spelen, of ga je uit frustratie alles zelf proberen op te lossen?”
Welke rol hebben spelers zelf daarin?
“Een hele grote. Een ploeggenoot kan soms meer betekenen dan een coach, omdat hij naast je staat op het veld, in de huddle en in de kleedkamer. Als iemand het moeilijk heeft, moeten spelers elkaar meenemen en zorgen dat één slecht moment niet groter wordt.
Neem Dimitry bijvoorbeeld. Hij was heel vocaal en kon anderen meenemen. Dan zeg je tegen zo iemand: je ziet dat de jongen naast je het even moeilijk heeft — laat je hem daarin zitten, of help je hem erdoorheen? Uiteindelijk moeten de spelers het zelf met elkaar doen.”
Laten we een woord-associatie spelletje spelen. Ik noem de speler, jij omschrijft hem in zo weinig mogelijk woorden.
Let’s go
Emilio – Veelzijdig
Jason – Talent
Yanu – Real hooper
Skye – Sportman
Tayshawn – Baller
Dimitry – Leider
Job – John Stockton
Jayden – Potentie
Will – Does everything
Teun – Captain
Sadik – Kampioen DNA
Savik – Touch
Zien we jou volgend jaar terug?
“Dat hoop ik. Nu moeten we er natuurlijk voor zorgen dat Nederland ook in de A-divisie blijft.”
En zou je nog wat tegen je guys willen zeggen?
Check het antwoord in de video hieronder
