
De Mannen U16 werden afgelopen week knap vijfde op EuroBasket in de B-divisie. Die vijfde plaats op het EK vertelt volgens head coach Lars Jansen niet het hele verhaal van de Orange Lions Mannen U16. Hij zag een ploeg die aanvallend te veel liet liggen, maar zich met verdediging, rebounding en vechtlust toch tussen de beste acht speelde.
“Als ik één ding aan deze groep moet koppelen, dan is het vechtlust”, zegt Jansen. “We hebben zo’n beetje iedere wedstrijd achtergestaan, soms met vijftien punten of méér. Toch kwamen we steeds terug. Soms hadden we tijd nodig om de juiste line-ups en oplossingen te vinden, maar als we die eenmaal hadden, bleven die jongens gaan.” De 2026-lichting was een lange, talentvolle groep die met steenharde defense én onvermoeide inzet een knap resultaat neerzette.
Nederland onderscheidde zich volgens Jansen én de statistieken vooral zonder bal. Waar veel landen kozen voor zoneverdediging en zonepress, speelde Oranje uitsluitend man-to-man. Volgens Jansen deden op dit EK (van de goede teams) alleen Groot-Brittannië, Kroatië en Nederland dat consequent.
Man-to-man als fundament
Die keuze stelde hoge eisen aan de spelers, maar leverde ook veel op. “Verdedigend en reboundend waren we echt heel goed. In alle wedstrijden die we wonnen, hielden we tegenstanders soms ver onder hun gemiddelde percentages uit het veld, met uitschieters tot onder de dertig procent. Dan zie je zo’n ploeg een wedstrijd later ineens 55 procent schieten. Dat laat zien wat wij defensief hebben afgedwongen.”
Aanvallend zag Jansen juist duidelijke tekortkomingen. Nederland schoot over het hele toernooi 34 procent uit het veld en verloor gemiddeld 25,6 keer per wedstrijd de bal. “Ik heb voor de grap, maar ook met een kern van waarheid, gezegd: vijfde worden met zulke percentages en zoveel turnovers is misschien nog nooit gebeurd. De dingen die we goed deden, deden we op hoog niveau. Maar waar we tekortschoten, moet ook echt beter!” Kanttekening daarbij is overigens dat guard Myles van der San de laatste drie wedstrijden miste: hij brak z’n elleboog. “Met hem erbij, of als we tegen mindere tegenstanders hadden gespeeld, waren de percentages misschien wat mooier geweest. Dat neemt niet weg dat het gewoon echt beter moet.”
Hogere intensiteit
Bij die intensiteit ligt volgens Jansen de opdracht voor de spelers ná dit EK. Internationaal krijgen spelers minder ruimte en accepteert de arbitrage veel meer contact dan in Nederland. “Je wordt geduwd, vastgehouden en aangeraakt en moet die bal alsnog afmaken. Aan die intensiteit moeten onze spelers wennen.” Dat was het best zichtbaar in de eerste wedstrijd tegen Montenegro (“Dat was de enige wedstrijd waarin we op onze eigen manier speelden”) en Kroatië, dat kampioen werd. “Voor zulke ploegen gaan dingen automatisch, waar wij hard op moeten blijven hameren als coaches.”
Jansen wil niet negatief zijn. De groep eindigde sterk en liet zien écht over kwaliteit te beschikken. De laatste wedstrijd, om plaats vijf en zes, won Nederland in de laatste seconden van Montenegro. “Dat we die, zonder Myles, winnen, een paar dagen nadat zij ons écht van het veld af liepen, is enorm knap.”
Die boodschap gaf hij de groep ook mee bij het afscheid. “Als je keihard verdedigt, goed reboundt en samenspeelt, kun je ver komen en veel winnen. Maar ze moeten nu ook werken aan de onderdelen waarin ze nog niet goed genoeg zijn. Ik hoop dat ze vooral onthouden: dit is het niveau waarop je moet trainen en spelen. We moeten fysiek sterker worden en sneller leren handelen. Dit is de intensiteit die je iedere dag van jezelf moet vragen.”
