De Nederlandse rolstoelbasketbalmannen beginnen vandaag om 16.15 uur aan het WK in Ottawa. Na vijf oefenwedstrijden en een intensieve voorbereiding is de ploeg klaar voor de eerste test tegen de Verenigde Staten. Het doel is duidelijk, de aanpak helder, volgens coach Peter van Noord. “We spelen zeven wedstrijden, en dat zijn zeven finales.”

De voorbereiding stemt positief. Nederland oefende meest recent tegen onder meer Duitsland, Canada en Groot-Brittannië. Canada werd twee keer verslagen. Tegen Groot-Brittannië viel de beslissing tijdens één wedstrijd pas in de laatste dertig seconden. “Dat is echt een wereldteam. En we konden de hele wedstrijd echt goed met ze mee.”

“We waren na twee maanden trainen vooral heel hongerig om wedstrijden te spelen. Die laatste wedstrijd tegen Groot-Brittannië was onze vierde in drie dagen. Dat was net te veel, en dat gaan we in dit toernooi ook niet tegenkomen. Maar over het geheel ben ik heel positief.”

Openen tegen de VS

In Ottawa opent Nederland direct tegen de Verenigde Staten. Een ploeg die de afgelopen jaren internationaal veel prijzen pakte. Juist daarom komt die wedstrijd goed uit.

“Dan weet je meteen waar je staat. Amerika is een grote en sterke ploeg. Tegelijkertijd willen we gedurende het toernooi blijven groeien. Dat vind ik ook nog belangrijker dan de uiteindelijke eindstand. We willen groeien richting een kwalificatietoernooi voor de Paralympische Spelen. Dan moet je leren om elke wedstrijd met dezelfde focus en intensiteit te benaderen.”

Nederland zit in een zware poule. Na de VS wachten ook Italië en Brazilië. Tegen beide landen ziet de ploeg kansen. Veel Nederlandse spelers kennen het Italiaanse basketbal goed omdat ze er speelden of gaan spelen. Mustafa Korkmaz en Robin Poggenwisch zaten er, Arie Twigt gaat ernaartoe. Brazilië beschikt op zijn beurt vooral over de individuele scoringskracht van Cristiano Clemene, die tijdens het plaatsingstoernooi 30 punten, 9 rebounds en 6 assists noteerde. Dat zijn LeBron-nummers. “Maar we zullen aan deze ploegen gewaagd zijn!”

Spelers in dubbele cijfers

Een belangrijk verschil met eerdere jaren is het ontbreken van Mendel op den Orth. Waar Nederland voorheen op moeilijke momenten vaak bij hem uitkwam, moet de productie nu uit meerdere spelers komen. “Mendel kon in zijn eentje lastige situaties oplossen: we konden de bal naar hem gooien en dan kon hij creëren. Dat is nu gewoon anders.”

“We willen daarom vier of vijf jongens in de dubbele cijfers krijgen. Dat gaat steeds beter. Het is alleen geen lichtschakelaar die je zomaar even omzet.” Spelverdeler Robin Poggenwisch speelt daarin een belangrijke rol, zegt Van Noord. “Hij is een enorm competitiedier. Hij brengt heel veel energie en jonge jongens trekken zich daaraan op. Hij is onze aanvoerder.”

Het grotere doel blijft plaatsing voor het paralympische qualificatie toernooi. Daarvoor moet Nederland leren presteren wanneer het telt, en daarom benadert het team elke wedstrijd als een finale. “We hebben een finishvlag neergezet: onze beste wedstrijd in de laatste wedstrijd spelen. Groeien in het toernooi. Daar willen we naartoe. Maar je kunt niet vooruitlopen. Eerst komen die zeven wedstrijden. Zeven finales.”